Overslaan en naar de inhoud gaan
overzicht
29 april 2021
Leestijd: 4 minuten

Tijdelijke versoepeling RVU-heffing

RVU staat voor ‘regeling voor vervroegd uittreden’. Is dit een fiscale facilitering of juist een fiscale bestraffing? In dit artikel lees je meer over de nieuwe mogelijkheden, mitsen en maren.

/sites/default/files/styles/600px_wide/public/media/artikelen/2021-04/IJK_8949.jpg?itok=dXzQHT4K

Regeling voor vervroegd uittreden

Spreekt de werkgever met de werknemer af dat deze eerder dan de pensioen- of AOW-datum uit dienst treedt en daarbij een financiële overbrugging ontvangt, dan is de kans groot dat de Belastingdienst dit aanmerkt als een regeling voor vervroegd uittreden (RVU). De werkgever is dan een pseudo-eindheffing (RVU-heffing) verschuldigd van 52% over de afgesproken financiële overbrugging. De overheid wil arbeidsparticipatie namelijk stimuleren.

Voorbeelden van een RVU zijn: ontslaguitkering ineens, aanvulling op WW of pensioen en vrijstelling van werkzaamheden voor meer dan 50%. 

Gedeeltelijke vrijstelling RVU-heffing

Per 1 januari 2021 geldt er een versoepeling van de RVU-heffing. Dit staat in de Wet Bedrag ineens, RVU en verlofsparen (onderdeel van het Pensioenakkoord). Deze maatregel is ingevoerd om met name de groep mensen die overvallen zijn door de versnelde AOW-leeftijd, en daar niet meer op kunnen anticiperen, tegemoet te komen. 

Wat houdt de versoepeling in?

Werkgever en werknemer kunnen een RVU afspreken zonder dat de werkgever (de volledige) 52% RVU-heffing verschuldigd is. Er geldt een drempelvrijstelling. De hoogte van die vrijstelling is gelijk aan het gebruteerde bedrag van de netto AOW-uitkering per maand voor alleenstaande personen. In 2021 is dat € 1.847,- per maand. Er kan een periodieke uitkering worden afgesproken of een bedrag ineens worden uitgekeerd. Hierbij geldt een maximum vrijstelling van € 66.492,- berekend over een periode van 36 maanden. Deze vrijstelling geldt per werknemer en is niet gekoppeld aan de betrekkingsomvang.

Voorwaarden

De werkgever kan gebruik maken van de drempelvrijstelling als:

  • de werknemer binnen drie jaar (36 maanden) zijn AOW-gerechtigde leeftijd bereikt;
  • de uitkering(en) plaatsvinden binnen die 36 maanden;
  • de werknemer vóór 1 januari 2029 de AOW-leeftijd bereikt, en
  • de regeling uiterlijk op 31 december 2025 schriftelijk is overeengekomen.

Op deze manier ontvangen werknemers gedurende drie jaren voor hun AOW-leeftijd netto evenveel als een AOW-gerechtigde. Dit moet genoeg zijn om in het levensonderhoud te kunnen voorzien. Maar werknemers kunnen dit natuurlijk zelf nog aanvullen met bijvoorbeeld keuzepensioen of spaargeld. 

Vormgeving RVU

Wij horen regelmatig dat werkgevers of werknemers denken dat er met deze maatregel vanaf 1 januari een faciliteit is gekomen om eerder te stoppen met werken. Dit is een misvatting. De werkgever hoeft weliswaar tijdelijk de extra RVU-heffing (deels) niet te betalen, maar de uitkering(en) moeten natuurlijk wel worden gefinancierd door de werkgever (inclusief werkgeverslasten). Een werknemer kan geen RVU afdwingen. Het is niet zo dat een werknemer daar recht op heeft. Het uitgangspunt bij de gedeeltelijke RVU-vrijstelling is wederzijdse goedkeuring. Dus een werkgever hoeft, zonder dat er een cao-bepaling aan ten grondslag ligt, niet in te gaan op een verzoek van een werknemer om mee te werken aan een regeling voor vervroegde uittreding. Andersom is een werknemer niet verplicht om deel te nemen aan een regeling en eerder uit dienst te treden; hij/zij mag ook doorwerken tot de pensioen- of AOW-leeftijd.

Praktische tips

  • Maak een kosten/baten analyse. Dit geldt voor een individueel geval, maar zeker ook bij het opstellen van een regeling. Hoe groot is de groep oudere werknemers en wat gaat dit aan RVU-uitkeringen kosten? Welke bezuinigingen staan er tegenover? 
  • Leg de afspraak altijd schriftelijk vast. 
  • Om t.z.t. in aanmerking te komen voor de MDIEU-subsidie moet het dienstverband op verzoek van de werknemer worden beëindigd en moet het om periodieke uitkeringen gaan.
  • Een periodieke uitkering verdient ook de voorkeur boven een eenmalige uitkering als de werkgever eigenrisicodrager is voor de WW. Een werknemer die eerder stopt met werken komt mogelijk in aanmerking voor een WW-uitkering (tenzij afgesproken is dat het initiatief bij de werknemer ligt). Het UWV zal periodieke uitkeringen korten op een eventuele WW-uitkering. Een eenmalige uitkering kan niet worden gekort, omdat daarvoor een juridische grondslag ontbreekt.
  • Wijs de werknemer op juridische gevolgen en adviseer eventueel juridische bijstand.
  • Laat de RVU-uitkeringen bij voorkeur doorlopen totdat de werknemer de AOW-leeftijd bereikt, zodat de werknemer zekerheid heeft van inkomen.
  • Kom desgewenst overeen dat de RVU-uitkering meestijgt met de jaarlijkse herziening van de RVU-drempelvrijstelling.
  • Het is mogelijk om de hoogte van de RVU-uitkering te laten afhangen van de deeltijdfactor van de werknemer. Bijvoorbeeld 70% van het salaris en gemaximeerd op de drempelvrijstelling. 

Meer weten? Raadpleeg ons HRM Kennissysteem RAP. Daarin vind je rekenvoorbeelden, Q&A’s en een terugkijklink naar ons webinar over dit thema.
 

Klaar voor de volgende stap?

Bij IJK doen we wat we beloven. Graag gaan we met jouw organisatie in gesprek over het realiseren van doelen en ambities in (HR)bedrijfsvoering. Dit doen we samen met jou en onze toegewijde specialisten. Zij zorgen voor de juiste oplossing op het juiste moment. Dat kan door de inzet van dienstverlening op maat of implementatie van onze innovatieve software. Zo brengen we jouw organisatie verder.